Hoe groen is het gras van de Belgische Tuinsector?

Hoe groen is het gras van de Belgische Tuinsector?

Een visionaire reflectie met een ‘ Groene Expert

De Belgische tuinsector heeft al vele stormen doorstaan en blijkt niet overgevoelig te zijn aan welke wispelturige weersomstandigheden ook.  Niettemin blijft het koffiedik kijken hoe cijfermatig de sector het in werkelijkheid doet.  Officiële registraties zijn eerder beperkt en de meeste zelfstandige tuincentra schreeuwen hun resultaten niet van de grasdaken…  Het goede nieuws is dat de meeste spelers, zowel aan retail-zijde als bij de zelfstandige detailhandel, doorgaans alle jaargetijden weten te overleven door steeds meer spitsvondigheid te tonen qua assortimentsbeleid en winkelactiviteit allerhande.  Maar of het telkens opnieuw over ‘conceptuele vernieuwingen’ gaat is net een tuinbrug te ver. Aan de vooravond van het tuinseizoen en de professionele beurzen – waaronder het respectabele Journée des Collections Jardin (Marseille) – luidt de kernvraag of er nog iemand zijn nek wil uitsteken voor het authentieke tuincentrum? Wie speelt er nog optimaal in op het zuivere verwachtingspatroon van de ‘urban consumer’ met  groene vingers?    

Schoenmaker blijf bij je leest

Luc De Bruyne

“De meeste actoren in het Belgisch tuinsegment willen perse alle stukjes van de taart mee-snoepen; weinigen stellen zich nog fundamenteel in vraag of maken doordachte keuzes op strategisch vlak“, stelt ‘ zelfstandige groenexpert ‘ Luc De Bruyne (55).  De self-made man weet heel goed waarover hij spreekt: hij is uit het goede ‘hars’ gesneden; er staan ruim 40 jaren tuinexpertise op zijn teller, met levend groen als specialisme. Zijn analyse is opbouwend kritisch voor de ganse sector. Met de pelgrimsstok in de hand reist hij frequent naar onze buurlanden om grondig te onderzoeken waarom de besten van de klas zich precies weten te onderscheiden van retail-organisaties die zich überhaupt nog tuincentra durven te noemen. “ Loop maar even met mij mee, waar ook in België tuinland, en stel het maar zelf vast: hoe zijn de tuincentra van (+) 5.000 m² conceptueel onderbouwd? Ze zijn gelijktijdig Doe-het-Zelf, Discounter, Dierenzaak en Wooncentrum geworden, met in het beste geval een cafetaria er bij.  En dat noemen ze dan ‘ beleving ‘ creëren”, klinkt het interpellerend bij de tuinexpert. “De meeste spelers hebben hun focus verlegd van ‘differentiatiebeleid ‘ naar zuiver rationeel retailen: ‘omzet per m²‘, terwijl er nog steeds rentabiliteit gegenereerd kan worden door opnieuw naar de basis te gaan, vult de groenexpert aan.  

Limburg: de beste van de Belgische klas                                                                                                

“ Waarom kaapte het Genker Plantencentrum de laatste jaren meermaals de prijs weg van ‘ Beste Belgisch Tuincentrum ‘ voegt Luc de Bruyne er aan toe?  “ Dergelijke tuincentra worden gerund met een ziel die de weerspiegeling is van hun oorspronkelijk DNA, hun enige bestaansreden als tuincentrum: dicht aanleunen bij hetgeen de consument echt op zoek naar is, namelijk ‘landscaping’, de verzorging en het onderhoud van de tuin.  Weinig tuinretailers zijn verankerd gebleven aan hun groen-DNA met de focus op respect voor de natuur, het kweekproces, de teelt en het gewas. De consument gaat niet perse in een tuincentrum op zoek naar een schuurborstel om het terras te reinigen, al of niet met de daarbij horende allesreiniger… “, benadrukt Luc. “De tuin, ongeacht de oppervlakte, en per extensie ook het terras, vervult doorgaans de functie van passieve of actieve ‘ ontspanningsoord ‘.  Weinig actoren leggen net op dit cruciaal aspect voor 100 % de nadruk op die positionering.  Een tuin is een oase van emotie waarbij interactie met de medewerkers van een tuincentrum uiterst cruciaal blijft: adviseren in mensentaal en uitermate transparant zijn over het groenaanbod, dat is en blijft de kern van de zaak“ vat De Bruyne het allemaal even samen.                       

Save our planet

In tijden van klimaatmarsen allerhande is het nogal paradoxaal om vast te stellen hoe groot de discrepantie is tussen het eco-gedachtegoed van een tuincentrum en het aanbod. “ Loop even met  mij mee door welke tuinketen ook … om vast te stellen hoeveel atypisch tuinaval een tuincentrum produceert… Waarom kan het niet in een organische structuur-element in plaats van de bekende plastic potjes en bakjes? Ook op vlak van logistiek wordt het levend groen vaak pijn aangedaan. Het moet alsmaar sneller aangeleverd worden waardoor de teeltcycli al te drastisch worden ingekort. Het lijkt meer op ‘ the race to the bottom’ in plaats van the race to a greener planet” luidt de alarmerende oproep van Luc.

Groener gras over de grenzen heen

Gelukkig treft men in onze buurlanden toonaangevende schoolvoorbeelden van tuincentra die hun DNA koesteren en de ziel van hun métier vrijwaren. “Effectief, beaamt Luc: Botanic in Frankrijk, Dehner in Duitsland en Intratuin in Nederland illustreren perfect hoe je uiterst rendabel kan blijven zonder u te laten verleiden door branchevervaging en non-food retail marketing principes. Dergelijke kweekvijvers hebben een selecte groep van zelfstandige tuincentra geïnspireerd om terug naar de basis te keren.  En dat vormt net mijn uitdaging: een ‘community’ uitbouwen van tuincentra die het anders zien voor de komende generaties.  En geloof mij vrij… er kiemt nogal wat…

Naar een duurzame beleidsvoering

“ Er is een grote verantwoordelijkheid weggelegd bij de brancheverenigingen “, meent Luc De Bruyne verder.  “ In Nederland verwierf ‘ Tuinbranche ‘ ondertussen de status van ‘ draagvlak ‘ voor de ganse sector. Tuinbranche onderzoekt regelmatig wat er zich afspeelt in de samenleving en vertaalt deze uitkomsten in een concreet beleid voor de leden: ‘ Leveranciers en retailers vervullen daarin een gidsende functie. In samenspraak met de overkoepelende organisatie ‘ INretail ‘ werd vrij recent een visionair werkdocument samengesteld – Retail 2030 genaamd – dat bijzonder richtinggevend kan zijn, ook voor tuinhandelaars, als het over ‘ Focus ‘ en ‘ Duurzaamheid’ gaat “, licht Luc toe. Duurzaamheid in de context van de ‘ maatschappelijke rol ‘ die tuincentra vervullen als ‘kenniscentrum‘. Het visionair werkdocument analyseert de twaalf verschuivingen (shifts) die in de samenleving plaats vinden en hun impact hebben op retail.  Het document koppelt een grondige analyse aan een actieplan, door de focus te leggen op vijf kerncompetenties. De Bruyne is meteen al een fervente ‘believer‘ van het Retail DNA Model van onze Noorderburen en per definitie een boodschapper voor onze Belgische Tuin-Community.

De toekomstige generaties capteren

De Bruyne concludeert met een hoopvolle boodschap: “ visionair ondernemen in de tuinbranche vergt meer dan ondernemerschap, we moeten constant durven te experimenteren, nieuwe tuinconcepten uittesten, maar vooral samenwerken met leveranciers, kwekers en telers met een mentale ingesteldheid gericht op de ‘verborgen noden‘ van de consument. Uiteindelijk moeten we alle krachten bundelen om erover te waken dat de toekomende generaties nog steeds ‘groene vingers‘ hebben en nog steeds graag naar tuincentra zich zullen begeven om hun groene dromen waar te maken”.

Thierry Coeman
Future Home & Garden Insights
Influencer for DIY, Garden & Pro

February 2019